Het kasteel in Vlaamse Renaissancestijl vindt zijn oorsprong in de 17de eeuw, de 30 meter hoge slottoren dateert zelfs uit de 14de eeuw.
Vandaag is het kasteel vooral bekend om de jaarlijkse evenementen die er plaatsvinden, zoals de lente bloemententoonstelling (Floralia). 

Dag van de Dilbekenaar

Het Kasteel van Groot-Bijgaarden

Omringd door een brede sloot, geflankeerd door eeuwenoude beuken en centraal gelegen in een bloeiend park. Het kasteel in Vlaamse Renaissancestijl vindt zijn oorsprong in de 17de eeuw, de 30 meter hoge slottoren dateert zelfs uit de 14de eeuw.

De oorsprong van het huis van Bijgaarden moet gezocht worden bij de St.-Baafsabdij van Gent: uit het St.-Baafsdomein is hun grondbezit ontstaan. De Lookouter (grosso modo te situeren tussen de kerk, de Pelgrimslaan en de spoorweg tot aan de steenweg) is het oudste akkerland van Bijgaarden. Oorspronkelijk is de Lookouter een deel van het oude domein Overjette dat in de 11de eeuw ingepalmd werd ten nadele van St.-Baafs (door de Dongelbergs). De heren van Bijgaarden zullen een ander deel van het oude domein van St.-Baafs inpalmen, nl. in Bijgaarden zelf, in Zellik en in Kobbegem. Hier ligt wat de heren van Bijgaarden betreft (volgens prof. dr. Jan Verbesselt) de oorsprong van hun fortuin, hun huis en hun rang in de Brabantse adel.

Het oudste akkerland behoorde aan St.-Baafs, het desertum (woest gebied; waar het klooster ontstond), het bos, de waarde (een knooppunt van wegen aan de Waarboom) en heide aan de hertogen. Uit inpalming en verkaveling zal Bijgaarden ontstaan.

Het Huis van Bijgaarden in de middeleeuwen

Onder de eerste heren van Bijgaarden vinden we Amalricus de Bigardis (1ste heer, 1100). In 1110 treedt hij op als getuige in een schenkingsbrief aan de abdij van Vorst. In 1133 wordt hij onder de getuigen genoemd bij de stichtingsoorkonde van het klooster van Bijgaarden door hertog Godfried I met de Baard. Van een vooraanstaande rol bij de stichting is geen spoor.

In 1138 in een bevestigingsbrief van Godfried I van alle goederen van de abdij van Affligem staat Arnulfus I de Bigardis (2de heer, 1133) in de getuigenlijst en hij behoort er duidelijk tot de hertogelijke kring. Met Arnulfus II (3de heer, 1154) zullen de Bigardis op het voorplan treden. In 1168 vertrekt Arnulfus de Bigardis naar Jeruzalem en stelde zich, te dier gelegenheid, in orde met de Kerk en maakte een einde aan betwistingen van de heren van Bijgaarden met de priorij. Rond 1200 bezaten de Bijgaardens een eigen kasteel.

Arnulfus III (4de heer, 1168) noemt zich ‘dominus’ (heer) en niet ‘miles’ (ridder), wat betekent dat hij tot de adel behoort. In de 13de eeuw kan men met betrekking tot de heren van Bijgaarden gewagen van een welgestelde en gevestigde familie blijkens de schenkingen die zij dan doet. Het geslacht van de heren van Bijgaarden sterft uit in het begin van de 14de eeuw met Florent van Bijgaarden (9de heer, 1350). De heren van Bijgaarden hadden hun fortuin en hun gezag opgebouwd op de resten van het Gents abdijdomein. De Veels-Rongman, uit Gent, zullen het goed verwerven in 1375. En zo komt het patrimoniaal goed van Bijgaarden, eens ontstaan uit het St.-Baafsdomein van Gent, naar inwoners van Gent terug.

Het wapen van de heren van Bijgaarden vinden wij terug in het zegel van het laathof van Bijgaarden in 1349: in goud een schildhoofd geschaakt van tien stukken van zilver en van keel. In 1486 verwerven de Estors het goed.

 

Enkele Heren van Bijgaarden in de moderne tijden

In de 16de eeuw komen in de geschiedenis van de heren van Bijgaarden enkele namen naar voor:

  • Jean Estor (19de heer,1532): werd met zijn moeder Margriet van Bijgaarden in 1546 van ketterij beschuldigd en beiden werden in Vilvoorde onthoofd.
  • Gaspard Schets (20ste heer, 1549), heer van Grobbendonk, zal de heerlijkheid Bijgaarden kopen.
  • Laurent Longin (21ste heer, 1555) verwierf het domein midden de 16de eeuw.

In de 17de eeuw (spreekt men van graven, gravinnen):

  • Lodewijk Clarisse (26ste heer, 1628), graaf, schepen van Antwerpen zal het goed kopen om het kort nadien opnieuw te verkopen aan
  • Godfried de Boisschot (27ste heer, 1630), graaf, zoon van Filip de Boisschot, heer van Lint (Grimbergen).
  • Ferdinand de Boisschot (28ste heer, 1634), graaf, baron van Zaventem, zal het gebouwencomplex ingrijpend veranderen; b.v. veranderingen aan het zgn. kasteel en aan het poortgebouw.

In de 18de eeuw:

  • zijn de respectievelijke opvolgers van Ferdinand, en bezitters van de heerlijkheid, zijn zoon Frans (29ste heer, 1649), zijn kleinzoon Karel-Ernest (30ste heer, 1698) en zijn achterkleinzoon Eugeen-Ghislain de Boisschot (31ste heer, 1713).
  • De dochter van Karel, Helene Hyacinthe de Boisschot, (32ste eigenares, 1721), gravin van Erps, zal (in 1720) huwen met graaf Karel-Ferdinand van Königsegg-Rothenfels. De Oostenrijkse keizer Karel VI stond hem toe de naam en het blazoen van de de Boisschots te dragen. Hij zal in 1759 overlijden.
  • De Oostenrijkse keizerin Maria-Theresia, dochter van Karel VI, zal de heerlijkheid Bijgaarden verheffen tot markiezaat onder de naam Boisschot.
  • Karel-Ferdinand zal opgevolgd worden door zijn oudste dochter Maria-Jozefa de Boisschot, (33ste eigenares, 1759), gravin van KönigseggRothenfels, markiezin van Bijgaarden, die gehuwd was met graaf Jan van Zierotin.
  • De lijst van de heren van Bijgaarden wordt afgesloten door de dochter van bovengenoemden: Maria-Francisca van Zierotin (34ste eigenares, 1790), die huwde met graaf Maximiliaan van Thurn en Tassis. Zij zal in 1797 het goed, in stukken, te koop stellen.
Prentbriefkaart met een zicht op de donjon zoals hij er in 1901 uitzag.

Your content goes here. Edit or remove this text inline or in the module Content settings. You can also style every aspect of this content in the module Design settings and even apply custom CSS to this text in the module Advanced settings.

De Pelgrims (en Groot- Bijgaarden)

Koning Albert stond in 1934 Raymond Pelgrims toe de naam van zijn eigendom (de Bigard) aan zijn naam toe te voegen uit erkentelijkheid voor zijn aandeel in het herstel van het kasteel en voor zijn rol in de restauratie van andere historische woonsteden (kastelen en andere gebouwen) in België. Hij is geboren in Brussel op 2 april 1875; hij is overleden op 14 mei 1955. Hij was gehuwd met Berthe Jamaer, dochter van de Brusselse architect Pierre-Victor Jamaer (1825-1902). Zij hadden 6 kinderen: Edith, Suzanne, Maurice, Marie-Louise, Eugène-Willy en Elisabeth. Professioneel zal hij in de metaalnijverheid actief zijn. Hij was nog geen 30 jaar oud als hij het kasteel, eigenlijk een ‘manoir’ of landhuis, van Groot-Bijgaarden verwierf. Het kasteeldomein verkeerde in een verwaarloosde en belabberde toestand. Het domein was toen 1 ha groot. In 20 jaar zullen nog 15 akten verleden worden en wordt de totale oppervlakte van het domein op 31 ha gebracht. Bijna 30 jaar lang zal hij restaureren op basis van plannen en met hergebruik van materiaal. Hij liet zich ook bijstaan door architecten als Saintenoy, Samyn, De Vigne en tuinarchitect Fuchs. En de Fransman E.E. Viollet-leDuc (1814-1879) (bekend Frans architect en restaurateur, denk aan het kasteel van Pierrefonds bij Compiègne) zal hem waarschijnlijk geïnspireerd hebben bij de restauratie als we zien hoe hij het landhuis ‘verfraaid’ heeft (met trapgevels, torens, colonnades, kruisvensters … ).

Mildred en Frans

1968 » 1976

De Kasteelfeesten

Op 21 maart 2025  gingen wij even langs bij Frans De Bisschop en Mildred Piteljon om ons oor te luisteren te leggen.